
Follie,
in het kader van het 325 jarig bestaan van de Koninklijke
academie van Den Haag
Cage:
"Is man in control of nature or is he, as part of it,
going along with it? [...] Not all of our past, but the parts
of it we are taught, lead us to believe that we are in the
driver's seat. With respect to nature. And that if we are
not, life is meaningless. Well, the grand thing about the
human mind is that it can turn its own tables and see meaninglessness
as ultimate meaning."
Ontwikkelingen in de kunst kan men niet los zien van ontwikkelingen
in de techniek. Het woord techniek is afgeleid van het woord
techne en dit stond bij de Grieken gelijk aan kunst (en ambachtelijke
vaardigheid)
In ons huidige taalgebruik staat techniek voor acties waarmee
de mens zijn invloed op z''n leefwereld probeert te vergroten.
Al snel denken we aan allerlei instrumenten, werktuigen, apparaten,
wapens enz Maar techniek is ook vertegenwoordigd in immateriële
zaken zoals bijvoorbeeld vergader- communicatie (taal) en
krijgstechnieken. Techniek zorgt in onze wereld voor heel
veel comfort en creëert daardoor heel veel afhankelijkheden.
Menselijk existeren kan niet meer zonder techniek.
In onze huidige tijd staat techniek zelfstandig naast (en
in veel opvattingen zelfs tegen over) kunst. Vanuit het perspectief
van de kunst krijgt techniek waardering voor zover het een
noodzakelijk ambacht vertegenwoordigd. Echter hoewel techniek
steeds onzichtbaarder wordt, neemt haar invloed op onze wereld
nog steeds toe. Dat techniek onzichtbaarder wordt heeft ook
vooral te maken met het gegeven dat we het niet willen zien.
Tegenwoordig
manifesteert techniek zich ondermeer door de vele computertoepassingen.
Geen student, zeker voor de ontwerpvakken, kan tegenwoordig
nog zonder computer. We zien dat computers, gelijk de meeste
toepassingen van techniek, vooral als een prakties hulpmiddel
wordt toegepast. De computer wordt in het dagelijkse leven
archaïsch gebruikt voor routinematige zaken, voor informatie
opslag, als presentatie middel en als handig rekenapparaat.
Dit alles onder regie van een geïnspireerd vrij handelend
en denkend subject, althans zo zien wij ons zelf graag in
de wereld staan.
Dat
het denken zich zelf overschat lijkt haast onvermijdelijk:
de rationele geest wil nu eenmaal graag dat de wereld een
overzichtelijk geordend en daardoor beheersbaar geheel is.
Daarom kunnen wij zelf nooit zeker weten waar de grens ligt
tussen het open-minded zoeken naar structuren en het dwangmatig
projecteren ervan. Maar enige ervaring betreffende deze
kwestie hebben we inmiddels wel opgedaan. Talrijke malen
hebben we gezien dat plausibel lijkende ideeën betreffende
methodologieën of maatschappelijke structuren al te
letterlijk geïmplementeerd werden en daarbij volledig
door de mand vielen. Dat is het lot geweest van alle expliciet
geformuleerde politieke filosofieën, en van alle takken
van wetenschap die er expliciet geformuleerde methodologieën
op na hielden (zoals vele moderne stromingen in vakken als
sociologie, anthropologie, psychologie en linguïstiek).
Het falen van functionalistische woningbouw en rationalistische
stadsplanning is slechts het zoveelste voorbeeld van dit
verschijnsel.
De
illusie van het individuele subject dat kan articuleren
wat het weet en kan rechtvaardigen wat het doet, is lange
tijd een maatgevend ideaal in onze cultuur geweest. De overschatting
van de ratio is in een dergelijke cultuur vanzelfsprekend.
Dat verklaart de geleidelijk aan volledige technocratisering
van de wereld. En het verklaart de overmoed die keer op
keer ten toon gespreid wordt wanneer nieuwe artistieke,
wetenschappelijke of maatschappelijke bewegingen aangekondigd
worden die hun principes en methodes al precies kunnen verwoorden
voordat ze enig resultaat geboekt hebben.
Maar
wellicht is er een keerpunt gekomen in deze ontwikkeling.
Dat blijkt onder meer uit de populariteit van filosofen
als Jacques Derrida, die voortdurend zinspeelt op de grenzen
van de rationaliteit, door middel van begrippen als het
verschuil van de wereld ten opzichte van het denken, en
de afwazigheid van alles wat door een specifieke optiek
op de werkelijkheid "out of focus" raakt. Het
afwazige blijft verborgen voor de heldere blik van het denken,
en is daardoor onbeheersbaar. De werkelijkheid is anders
dan we verwachten. Het leven grilliger dan het schema. En
wie dat niet wil erkennen zal het des te pijnlijker te merken
krijgen.
Hiermee
hangt ook samen de huidige belangstelling voor takken van
wis- en natuurkunde die zich bezighouden met onvoorspelbaarheid.
Zoals de niet-lineaire dynamica, die laat zien dat willekeurig
kleine afwijkingen in de begintoestand van een fysisch systeem
in de loop van de tijd soms tot steeds grotere variaties
in de dan geobserveerde toestand kunnen leiden. In het begin
van de twintigste eeuw was al gebleken dat het niet mogelijk
is om alle details van een fysisch systeem tegelijkertijd
exact te observeren. Dat leidde tot de kwantenmechanica,
die rekent met golffuncties die slechts de kansen beschrijven
op het optreden van bepaalde toestanden. De niet-lineaire
dynamica leert nu dat het gekwantiseerde karakter van de
materie niet de enige bron van onzekerheid is bij het voorspellen
van toekomstige toestanden van een fysisch systeem. Ook
in de klassieke, deterministische natuurkunde kan niet alles
voorspeld worden; zelfs niet bij benadering. Onze metingen
van het heden hebben altijd een beperkte nauwkeurigheid
hebben, en bij een niet-lineair systeem heeft dat een steeds
toenemende onzekerheid over de toekomst tot gevolg.
De
vraag is nu wat we moeten doen met zulke inzichten. Wat
voor vrolijke wetenschap en kunst ligt er in het verschiet
als we de stap maken naar een subjectiviteit die verstandig
kan handelen zonder alles te willen beheersen en voorspellen.
Sinds Duchamp hebben steeds meer kunstenaars de uitdaging
aanvaard om een niet-intentionele kunst te maken, een kunst
die als natuurverschijnsel ervaren kan worden. Allerlei
onderling zeer verschillende stromingen hebben procédés
ontwikkeld waarbij kunstwerken gegenereerd werden door min
of meer autonome processen, door de kunstenaar in gang gezet
zonder dat die het eindresultaat kon voorzien: écriture
automatique, action painting, fysische experimenten, biologische
processen, systematische, conceptuele, en aleatorische kunst.
Sol LeWitt: "The artist's will is secondary to the
process he initiates from idea to completion. [...] The
process is mechanical and should not be tampered with. It
should run its course."
Onder
invloed van de computer zien we dat deze opvattingen in
de ontwerp- en kunstwereld enorm aan het toenemen zijn.
In plaats van een handig stuk gereedschap evolueert de computer
naar een generator van ideeën. Voor veel kunstenaars
en ontwerpers wordt dit als heel bedreigend ervaren, het
primaat van de creativiteit zou immers bij de autonome kunstenaar
moeten liggen. Men realiseert zich nauwelijks dat ook autonome
kunst gelijk alle andere culturele activiteiten in de eerste
plaats een kwestie van imitatie en conventie is.
Daarnaast wordt kunst vaak beschouwd als een medium dat
een kunstenaar gebruikt om diepzinnige gedachten aan zijn
publiek over te brengen. Maar wat een beschouwer belangrijk
of betekenisvol vindt in een kunstwerk, heeft in de praktijk
vaak niets van doen met de bedoelingen van de kunstenaar.
In
de hedendaagse beeldende kunst heeft deze gedistantieerdere
aanpak al een zekere traditie. Het helderste voorbeeld daarvan
is de algoritmische kunst. . Een eenvoudig algoritme kan
in principe door een menselijk persoon met de hand worden
uitgevoerd. Maar meestal denken we bij algoritmische kunst
aan kunst die door de computer gegenereerd wordt.
In een algoritme kunnen complexe en onvoorspelbare processen
gedefinieerd worden door middel van volledig expliciete
regels, die door de computer consequent en nauwkeurig worden
uitgevoerd. Dat een computer helemaal geen bedoelingen heeft,
is dus allerminst een reden om te twijfelen aan de mogelijkheid
van volautomatisch door de computer gegenereerde kunst.
Juist de ijzeren consequentie en de niets ontziende ijver
van de onmenselijke computer leveren resultaten op die voor
mensen interessant zijn.
Het algoritme is een "meta-kunstwerk": de mathematische
karakterisering van een verzameling mogelijke kunstwerken.
De visuele taal van een kunstenaar wordt niet langer impliciet
gesuggereerd door een uit individuele werken bestaand œuvre.
Die taal wordt expliciet vastgelegd in het algoritme dat
willekeurige voorbeelden uit het œuvre genereert.
Sinds
een aantal jaren laat ik studenten experimenteren om door
middel van enkele eenvoudige algoritmen ruimtelijke objecten
(bijvoorbeeld follies) te laten ontwerpen. Ik laat de studenten
eerst een aantal transformatieregels formuleren. Uit de
verzameling van regels die dan ontstaat, moet iedere student
willekeurig tien regels selecteren. Deze selectie van regels
past hij in willekeurige volgorde toe op een eenvoudig gekozen
object naar keuze. De student heeft geen enkele notie waar
dit toe leidt. En tot z'n stomme verbazing komt er in de
meeste gevallen een verrassend object uit
Verrassend
in die zin dat hij het zelf niet zou verzinnen en dat ook
niet voldoet aan functionele of esthetische conventies maar
wel esthetisch te genieten is. Deze methode staat los van
een bepaalde discipline en kan toegepast worden in architectuur,
mode, grafischontwerp, meubelontwerp, beeldendekunst en
in muziek. Als deze ontwikkeling zich doorzet zullen vele
ingenomen posities in de kunst en ontwerpwereld een herschikking
krijgen. Na 325 jaar Academie wordt het tijd om deze richting
te verkennen.
-------------------------------------------------------------------
(* Deze tekst is een vrije bewerking en samenvatting van
een artikel wat ik samen met Remko Scha heb geschreven en
wat in : Zeezucht 8 (1994) is verschenen.